Perfectionisme, wat als het een kind verlamt?

//Perfectionisme, wat als het een kind verlamt?

Perfectionisme, wat als het een kind verlamt?

Veel hoogbegaafde kinderen zijn perfectionistisch. Niet voor niets heeft Tessa Kieboom deze eigenschap opgenomen in haar Zijnsluik, een model over de ‘zijns-kenmerken van hoogbegaafdheid’.

Perfectionisme is eigenlijk een logische uitkomst van een brein dat heel goed, snel en kritisch ziet hoe ‘iets zou moeten zijn’. Dus als je dan een hoogbegaafde kleuter vraagt om een auto te tekenen, dan is er een redelijk grote kans dat die kleuter in z’n hoofd een plaatje heeft van een snelle sportwagen, en dat het in de stress schiet omdat het zoiets niet exact op papier kan krijgen. Of dat je met een hoogbegaafd kind een feestje organiseert en dat het kind er helemaal niet van geniet omdat alles anders loopt dan het zich in zijn/haar hoofd had voorgesteld.

Perfectionisme, een goede eigenschap

Te vaak wordt aan perfectionisme onterecht een negatieve lading gegeven. Op zich is perfectionisme helemaal geen verkeerde eigenschap! Het zorgt ervoor dat je je lat hoog legt en dat je je erg inspant om een goed resultaat te behalen. Het is dus een eigenschap die je heel ver kan brengen. Het wordt pas een probleem als een kind de lat zó hoog legt dat deze bij lange na niet haalbaar is en daar gefrustreerd over raakt. Of als het de controle op een perfect eindresultaat niet kan loslaten. Want dat maakt het kind erg kwetsbaar.

Controle loslaten

Wanneer het perfectionisme gecombineerd wordt met een negatief zelfbeeld en met een gebrek aan bepaalde vaardigheden ontstaat er faalangst. Het gevoel om niet ‘in control’ te zijn, om het niet precies te doen zoals hij voor ogen heeft, is voor dit kind erg beangstigend. Dit kind wil zijn eigen kwetsbaarheid hierin vermijden en kiest voor veilige, makkelijke opdrachten. En soms om helemaal niets te doen.

Als je een kind met deze faalangst gaat pushen om de opdracht toch te doen, zal het kind alleen maar harder de hakken in het zand zetten. Het gaat namelijk om echte (ingebeelde) angst!

Bij angst kunnen emoties hoog oplopen. Van angst, verdriet en algehele ellende tot boosheid en regelrechte woede-aanvallen. Hoe heftiger de emoties, hoe lastiger voor ouders en leerkrachten om er mee aan de slag te gaan en er doorheen te breken.

Hoe helpen?

Toch kun je een faalangstig kind heel goed helpen. Belangrijk bij dit kind is om eerst aandacht te geven aan het vervelende gevoel. Ontwikkelingspsycholoog Gordon Neuvelt zei ooit: ‘Hoe meer ruimte je een gevoel geeft, hoe minder ruimte het nodig heeft’. En zo is het maar net. Juist door het gevoel te bespreken wordt het kleiner en gaan de scherpe randjes er van af.

Een goede manier om deze gevoelens er te laten zijn is spiegelen van emoties: “Nou inderdaad, fietsen kan heel eng zijn. Je kunt vallen!” Of: “Ik kan me voorstellen dat je het heel eng vindt als je een toets moet maken. Er is een kans dat je fouten maakt.” Dit soort uitspraken geven lucht aan de angst of boosheid en maken het vaak kleiner.

Daarna kun je samen bekijken of de gedachte eigenlijk wel juist is. Kijk samen of er een andere gedachte is die het kind er voor in de plaats kan zetten. Laat het kind hierbij vooral aan het woord. Je kunt samen komen op een gedachte als: “Ik vind fietsen eng, maar ik kan goed met mijn voeten bij de grond, dus als ik rustig fiets, kan ik mezelf goed opvangen.” Of bij de toets: “Ik heb het goed geleerd dus er is ook een grote kans dat ik voldoende goede antwoorden geef.” Laat het kind zo’n gedachte tegen zichzelf zeggen wanneer het de moeilijke opdracht probeert. Deze gedachten beïnvloeden namelijk het gevoel, waardoor het kind een succeservaring opdoet. Werk hierbij in kleine ministapjes ne maak deze ministapjes zoveel mogelijk visueel!

Daarnaast is het van belang om met het kind te werken aan vaardigheden die nodig zijn, bijvoorbeeld in het sturen van je gedachten of het beheersen van je emoties. Maar ook leervaardigheden als doorzetten, handige strategieën gebruiken, etc, kunnen belangrijk zijn om een opdracht die je nog niet kunt aan te gaan. Zoek samen met de ouders uit welke vaardigheden het kind nog moet leren om die faalangst onder controle te krijgen.

Wat doe jij? 4 tips!

Tip 1: Geef het goede voorbeeld! Ben jij zelf een leerkracht of ouder die té perfectionistisch is? Werk dan aan jezelf. Jouw voorbeeldgedrag is ontzettend belangrijk. Het is de kapstok voor het gedrag van het kind. Wees een rolmodel in hoe jij omgaat met je angsten, emoties, uitdagingen, etc. Daar kan het kind enorm veel van leren!

Tip 2: Richt je niet op het resultaat, maar op het proces. Het gaat er niet om of het kind een 10 haalt op de toets, een mooie auto tekent of dat het fietsen lukt. Het gaat erom dat het kind zichzelf overwint door een klein stapje te proberen buiten zijn vertrouwde comfortzone. Om het vertrouwd te laten raken met het gevoel niet de gehele controle te hebben. Dit mag langzaam en veilig.

Tip 3: Je mag niet prijzen. Wees geen cheerleader die staat te juichen en aandacht aan het resultaat geeft. Bemoedig het kind in het proces, bijvoorbeeld door te benoemen wat je hebt gezien: “Ik zag dat je beide voeten op de pedalen hebt gezet. Hoe vond je dat?” “Toen ik tijdens de toets naar je keek, was je hard aan het werk. Klopt dat?” Lees meer over het gebruik van dit soort Groeitaal op de website van Platform Mindset.

Tip 4: Als er heftige emoties meespelen, dan is het als ouder of leerkracht soms moeilijk om vol te houden het kind te steunen. Zeker als een kind boos wordt en tekeer gaat, is het moeilijk om rustig te blijven en om stabiel en zelfverzekerd te blijven. Mij helpt het dan om in m’n achterhoofd te houden dat ‘het uiteindelijk niet uitmaakt’, want je bent in basis heel blij met dit kind. Het kind hoeft jou niks te bewijzen want uiteindelijk maakt zijn/haar gedrag niet uit; je bent gewoon blij dat hij/zij er is! Dit zorgt ervoor dat je het je niet persoonlijk laat raken en het kan je echt door een moeilijke situatie slepen. Deze manier van omgaan met de emoties geeft het kind dan direct ook de boodschap mee dat heftige emoties bij het leven horen en dat je daar niet op beoordeeld wordt. Zo leer je het kind om emoties te ‘handelen’. Iets waar het zijn hele leven iets aan heeft!

2017-04-11T22:53:08+00:00