Méér dan superslim, deel 3

//Méér dan superslim, deel 3

Méér dan superslim, deel 3

Méér dan alleen superslim, deel 3

Een hoogbegaafd kind is een autonome denker met een rijk gevoelsleven. Hij is nieuwsgierig van aard, een scherp waarnemer en wil graag dingen creëren. Tot zover heb je kunnen lezen in mijn vorige blogs (deel 1 en deel 2).
Er zijn ook enkele eigenschaen die erg bij hoogbegaafde kinderen passen. Deze woorden kun je als een transparante deken leggen over al die woorden uit het model. Ze versterken die woorden daarmee enorm. Daarover gaat dit deel 3.

Snel

Hoogbegaafde kinderen zijn snel. Dat is een bekend kenmerk. Ze denken snel, voelen snel, leggen snel verbanden. Ze hebben daarom veel minder behoefte aan herhaling, zijn dus ook sneller verveeld. Het snelle kan soms erg zichtbaar zijn; kinderen die heel snel praten of druk bewegen. Maar soms speelt dit snelle zich volledig af in het hoofd en zie je aan de buitenkant geen drukte. Dit is verschillend per kind.

Creatief

Bij creatief wordt nog vaak gedacht aan kunstzinnig. Er zijn hoogbegaafde kinderen die heel sterk zijn op dit kunstzinnige vlak, maar dat is niet specifiek wat hier bedoeld wordt. Het gaat om creatief in de brede zin van het woord. Hoogbegaafde kinderen zijn creatieve denkers, ze denken anders dan andere kinderen. Daardoor komen ze soms op heel andere oplossingen van opdrachten of hebben sterke ideeën die afwijken van de gangbare ideeën. Voor deze kinderen is het belangrijk dat er voor deze creativiteit ruimte is, bijv. binnen het lesprogramma. Maar ook is het belangrijk dat deze kinderen het gevoel krijgen dat ze in hun interactie met de omgeving gewaardeerd worden om deze eigenschap. Nog te vaak kom ik leerkrachten tegen die zo’n eigenwijs (want zo ziet het er vaak uit) kind maar lastig vinden… terwijl het een fantastische eigenschap is. Je moet er alleen wel voor openstaan.

J. (7)  kan heel moeilijk stil zitten, roept vaak voor haar beurt en heeft al een oplossing voor een probleem, voordat andere kinderen er over hebben kunnen nadenken. J. lijkt impulsief, dat klopt. Het zijn ADHD-achtige kenmerken. Maar haar gedrag komt voort uit haar ontzettend creatieve brein, dat bij elke geringste input alweer een idee verzint of een oplossing aandraagt. J. kan dit maar moeilijk onderdrukken. Haar moeder noemt haar wel eens gekscherend een “wandelende ideeëngenerator”. Gelukkig krijgt ze op school veel ruimte om haar ideeën op te schrijven en te tekenen. Of ze werkt aan probleemgestuurde opdrachten. Daar kan ze haar grote creativiteit in kwijt.

N. (11) is ontzettend kritisch naar haar omgeving. Wanneer haar leerkracht iets zegt, trekt ze dat bijna onmiddellijk in twijfel als ze daar aanleiding toe ziet. Haar brein denkt aan zoveel opties tegelijk, dat ze regelmatig meer opties ziet dan haar volwassene medemens. Haar leerkracht weet dat N. op deze manier denkt. Daarom hebben ze samen afgesproken dat N. haar kritiek mag uiten op een respectvolle manier, maar ze weet ook dat dit niet op ieder moment gewenst is. Ze schrijft het dan op een papiertje en legt het na de les voor aan de leerkracht. Daar komen dan soms prachtige discussies uit voort. N. geniet van deze momenten.

Complex

Hoogbegaafde kinderen denken vaak niet in de simpelste weg. Ze houden ervan om vraagstukken van meerdere kanten te belichten. Om kritisch te denken. Dit zijn echter niet de manieren van denken die in de meeste klassen gebruikt worden. Veel van alle opdrachten op school zijn reproductieve opdrachten. Dit vereist lagere denkvaardigheden. De hogere denkvaardigheden kun je stimuleren door complexere opdrachten te geven. Lees maar eens mijn blog over de taxonomie van Bloom.

 L. (9) is erg perfectionistisch. Ze kan door haar scherpe waarneming, haar snelle, creatieve denken goed begrijpen hoe iets in elkaar steekt. Door haar complexe denken begrijpt ze de verwachtingen van haar ouders, leerkracht en medeleerlingen ook erg goed. Dit samen maakt dat zij alleen voor het allerbeste eindresultaat gaat.

Intens

Een heel kenmerkende eigenschap van hoogbegaafde kinderen dat alles wat ze denken en doen veel intenser is. Het voelen is intens, de behoefte aan autonomie is intens, de manier van uiten is intens, etc.

Bij R. (5) zijn al zijn emoties vanaf zijn geboorte intens. Als baby huilde hij hartverscheurend, maar als hij blij was, gaf hij bijna licht van plezier. Pijn, plezier, verdriet… zijn beleving is enorm sterk. Dit is voor iedereen zichtbaar. Sommige mensen vinden hem een aansteller.

N. (6) kan heel snel personen scannen met wie ze maken krijgt. Op een intense manier voelt zij aan of zij iets aan de persoon heeft die ze voor zich heeft. Ze voelt (of ziet, dat weten we niet) zelfs een kleur bij mensen. Een juf die haar niet begrijpt is helemaal zwart. Een juf die haar goed aanvoelt is paars.

P. (7) heeft, net als heel veel andere hoogbegaafden, een heel sterk rechtvaardigheidsgevoel. Hij doorziet situaties erg snel en grondig en kan begrijpen dat sommige dingen in de wereld heel onrechtvaardig zijn. Gedreven als P. is, heeft hij daarom een brief geschreven naar de burgemeester: “In de speeltuin in de andere buurt staan veel meer speeltoestellen dan in mijn buurt. En dat terwijl er in mijn buurt veel meer kinderen wonen. En de oudere mensen in de andere buurt hebben last van de herrie van de speeltuin. Kunt u dit niet eerlijker verdelen?”

Conclusie

Creativiteit, snelheid, complexiteit en intensiteit zijn eigenschappen die bij veel hoogbegaafde kinderen zichtbaar zijn en als een versterker werken voor hun denken en doen. Het is verstandig om hiermee rekening te houden en het kind te leren dat het deze eigenschappen bezit en hoe hij daarmee verstandig om kan gaan.

2017-03-31T22:07:46+00:00